Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- diefstal van een kledingstuk van een vestiging van de [bedrijf 1] te ’s-Gravenhage (dagvaarding I);
- oplichting van een aantal bedrijven, terwijl zij in dienst was bij [bedrijf 2] (feit 1 primair, dagvaarding II) ofwel verduistering van geldbedragen en/of goederen van [bedrijf 2] , die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had (feit 1 subsidiair, dagvaarding II);
- verduistering van een aantal mobiele telefoons van [bedrijf 2] , die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had (feit 2, dagvaarding II);
- oplichting van een aantal bedrijven, terwijl zij in dienst was bij [bedrijf 3] (primair, dagvaarding III) ofwel verduistering van geldbedragen en/of goederen van [bedrijf 3] , die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had (subsidiair, dagvaarding III);
- oplichting van een aantal bedrijven, terwijl zij in dienst was bij de [bedrijf 4] (feit 1 primair, dagvaarding IV) ofwel verduistering van geldbedragen en/of goederen - van de [bedrijf 4] , die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had (feit 1 subsidiair, dagvaarding IV);
- het valselijk opmaken en/of vervalsen van een brief (feit 2 primair, dagvaarding IV) ofwel het opzettelijk gebruik maken van deze valse of vervalste brief (feit 2 subsidiair, dagvaarding IV);
- verduistering van een keyboardcover voor een iPad, een Galaxy A5 telefoon, een iPad 32 GB en een token van de [bedrijf 4] die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had (feit 3, dagvaarding IV);
een of meer geldbedrag(en)” en onder feit 2 tenlastegelegde onderdeel “
te weten 9 stuks Apple iPhone 4 (16 GB) en/of 2 stuks HTC Desire 601 en/of 1 Nokia 301 en/of 1 Blackberry 9790 Bold), in elk geval enig(e) goed(eren)”, omdat dit niet uit het dossier volgt. Eveneens heeft de raadsman partiële vrijspraak bepleit van de in dagvaarding IV onder 3 ten laste gelegde verduistering van de telefoon en de token, omdat de verdachte deze voorwerpen aan de [bedrijf 4] zou hebben teruggegeven. Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
- Een geschrift, te weten een Aangifteformulier winkeldiefstal, d.d. 16 april 2019, met een bijlage (p. 11 t/m 13);
- De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 1] van de politie Haaglanden, nr. PL1521-2014040602-1, d.d. 3 maart 2014 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, (p. 7 t/m 11);
- een proces-verbaal van verhoor [naam aangever 1] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1521-2014040602-5, d.d. 3 maart 2014 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, (p. 12 t/m 14);
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 1] van de politie Haaglanden, nr. PL1521-2014040602-1, d.d. 3 maart 2014 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, (p. 9 t/m 11);
- een proces-verbaal van aangever [naam aangever 1] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1521-2014040602-5, d.d. 3 maart 2014 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, (p. 12 t/m 14);
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 2] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2017015451-1, d.d. 16 januari 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, met bijlagen (p. 8 t/m 98);
- een proces-verbaal van verhoor [naam aangever 2] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2017015451-14, d.d. 10 maart 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, (p. 99 t/m 101);
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 3] van de Politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017289813-1, d.d. 18 september 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, met bijlagen (p. 9 t/m 107);
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 3] van de Politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017355545-1, d.d. 8 november 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (p. 160 t/m 162), met de bijlagen die betrekking hebben op het bedrijf [bedrijf 5] (p. 186 t/m 206);
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
- een proces-verbaal aangifte van [naam aangever 3] van de Politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017289813-1, d.d. 18 september 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (p. 9 t/m 12), met als bijlage een brief van [naam 1] (p. 55);
- een proces-verbaal van verhoor [getuige 1] van de Politie Eenheid Rotterdam, nr. PL1700-2017289813-3, d.d. 21 november 2017 opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, met een bijlage (p. 108 t/m 111);
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 17 februari 2020.
“Daarnaast heeft u geen gehoor gegeven aan mijn oproep om de persoonlijke eigendommen van de [bedrijf 4] in te leveren nadat u hierom expliciet bent verzocht na uw strafontslag.” [6]
[verdachte] heeft een aantal gebruiksvoorwerpen van [bedrijf 4] in bruikleen gekregen die [bedrijf 4] heeft teruggevorderd middels de brief van 11 oktober 2017. Omdat [verdachte] tot op heden de eigendommen van [bedrijf 4] niet heeft ingeleverd, wordt de waarde van de eigendommen, zijnde € 860,75, bij mevrouw teruggevorderd.” [7]
eenbrief met
eenvervalste en
eenvals inkoopnummer ( [(--)] ) van de [bedrijf 4] en
eenvalse naam (te weten [naam 1] ) en ondertekening en
evan deze functie bevoegd tot het doen van voornoemde bestellingen en
een iPaden een Galaxy A5 telefoon en een
iPad32GB en een token, die geheel toebehoorden aan [bedrijf 4] (gevestigd [adres bedrijf 4] ), en welke goederen verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als medewerker bij [afdeling] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
5 (vijf) maanden,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (twee) jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
240 (tweehonderdveertig) uren;
120 (honderdtwintig) dagen.