ECLI:NL:RBDHA:2020:12903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor ernstige schade in Nigeria
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht asiel wegens vrees voor ernstige schade door schuldeisers van haar overleden vader en personen die haar in Libië in gedwongen prostitutie zouden hebben gebracht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vrees onvoldoende aannemelijk was en bescherming door Nigeriaanse autoriteiten mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en achtergrond van eiseres geloofwaardig zijn, evenals het bestaan van schuldeisers en haar situatie in Libië. Echter, eiseres maakte niet aannemelijk dat zij persoonlijk verantwoordelijk wordt gehouden voor de schulden van haar vader of dat zij daadwerkelijk bedreigd wordt. Ook de vrees voor personen die haar in Libië mishandelden is niet concreet onderbouwd.
Verder achtte de rechtbank aannemelijk dat Nigeria bescherming biedt tegen mensenhandel en andere misdrijven, en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat deze bescherming in haar geval niet effectief zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor ernstige schade en voldoende bescherming door Nigeriaanse autoriteiten.