ECLI:NL:RBDHA:2020:12919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek op grond van medische gronden
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn psychische aandoeningen en de noodzaak van medische behandeling. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht meerdere adviezen uit waarin werd vastgesteld dat eiser lijdt aan psychotische klachten en schizofrenie, onder behandeling staat van een psychiater en dat mantelzorg essentieel is. Het BMA concludeerde dat de noodzakelijke medische zorg in Suriname beschikbaar is, mits er reisbegeleiding en fysieke overdracht aan een psychiater plaatsvindt.
Eiser voerde aan dat de zorginstellingen in Suriname niet de vereiste zorg kunnen bieden en dat het gebruikte medicijn Olanzapine niet was onderzocht op beschikbaarheid. De rechtbank oordeelde dat de BMA-adviezen voldoende inzichtelijk en concludent zijn, dat de door eiser overgelegde stukken onvoldoende concrete aanknopingspunten bieden om aan de juistheid te twijfelen, en dat het middel Olanzapine wel degelijk beschikbaar is in Suriname.
Verder heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat hij geen vaste verblijfplaats of steunnetwerk in Suriname heeft, en de rechtbank vond dat verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan met betrekking tot de fysieke overdracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.