ECLI:NL:RBDHA:2020:12942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen BPM-heffing ex-rental en hoorplicht geschil
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de BPM-heffing op een Skoda Octavia Combi 2.0 met datum eerste toelating 1 maart 2017, waarbij zij stelt dat de auto een ex-rental is en dat zij te veel BPM heeft betaald. Tevens voert eiseres aan dat de hoorplicht is geschonden en dat er sprake is van een onrechtvaardig verschil in heffingsmodaliteiten, wat een rentenadeel oplevert.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden omdat eiseres heeft afgezien van het horen en het bezwaar is besproken tijdens een hoorgesprek. Verder is vastgesteld dat eiseres de bewijslast draagt voor haar stellingen omtrent het ex-rental karakter en de vermeende te hoge BPM. Omdat eiseres niet heeft aangetoond dat de auto een ex-rental betreft, wordt haar standpunt verworpen.
Ook het beroep op het Unierecht en de gestelde schending van artikel 110 VWEU Pro wordt afgewezen, evenals het verzoek om verstrekking van kentekengegevens. De rechtbank stelt dat het rentenadeel niet via de belastingrechter kan worden geclaimd maar civielrechtelijk moet worden afgedwongen.
De redelijke termijn is overschreden, waardoor de rechtbank de Belastingdienst veroordeelt tot een vergoeding van € 500 immateriële schade. Daarnaast worden proceskosten van € 1.050 en het betaalde griffierecht van € 345 aan eiseres vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.