ECLI:NL:RBDHA:2020:13005
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met het doel medische behandeling te ondergaan in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af omdat uit het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) bleek dat geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten was en eiseres in staat was te reizen.
Eiseres voerde aan dat zij bij terugkeer in Marokko in een medische noodsituatie zou komen en dat behandeling daar niet toegankelijk is vanwege afstand en gebrek aan sociaal netwerk. Ook stelde zij dat het belang van familie- en gezinsleven onvoldoende was meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk was en dat verweerder geen aanleiding had om aan de juistheid te twijfelen.
De rechtbank concludeerde dat er geen medische noodsituatie op korte termijn is en dat eiseres niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Ook een beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde vanwege het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor medische behandeling is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een medische noodsituatie op korte termijn.