ECLI:NL:RBDHA:2020:1321
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen eervol ontslag militair
Verzoekster, een militair bij het Commando Luchtstrijdkrachten, werd per 1 januari 2020 eervol ontslagen op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder h, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat het ontslag haar de mogelijkheid ontneemt de militaire opleiding af te ronden en dat zij door het ontslag pas na twee jaar opnieuw zou kunnen solliciteren bij Defensie.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoekster stelde dat zij door haar leeftijd van bijna 27 jaar niet meer als beroepsmilitair kon instromen en dat er een beleid zou zijn dat hernieuwde sollicitatie pas na twee jaar mogelijk is. Verweerder stelde dat er geen maximale leeftijdsgrens van 27 jaar geldt en dat sollicitatie na ontslag niet is beperkt tot een periode van twee jaar.
De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende spoedeisend belang was aangetoond. Het aangevoerde beleid werd niet bevestigd en ook een financieel spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het eervol ontslag van verzoekster wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.