ECLI:NL:RBDHA:2020:13234

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
22 december 2020
Zaaknummer
NL20.18770
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 18 Verordening (EU) Nr. 604/2013Art. 17 Verordening (EU) Nr. 604/2013Art. 20 Richtlijn 2013/32/EUArt. 21 Richtlijn 2013/32/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen

Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.

Eiser stelde dat Italië tekortschiet in de rechtshulp aan asielzoekers, met name door het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand, onvoldoende informatie over de asielprocedure en het ontbreken van een gefinancierde tolkendienst. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen onvoldoende zijn onderbouwd en dat de Procedurerichtlijn het verstrekken van gefinancierde rechtsbijstand aan voorwaarden koppelt die in Italië niet worden overschreden.

Daarnaast voerde eiser aan dat bijzondere individuele omstandigheden zich voordoen waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden, maar ook dit verweer faalt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.18770

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.18771, plaatsgevonden op 3 december 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarbij heeft verweerder erop gewezen dat de autoriteiten van Italië het verzoek om eiser terug te nemen hebben geaccordeerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).
3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Ter zitting heeft eiser de beroepsgrond dat er in Italië sprake is van systematische tekortkomingen in de opvangvoorzieningen voor asielzoekers ingetrokken.
5. Eiser voert aan dat de autoriteiten van Italië in strijd handelen met de Richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn) door geen gefinancierde rechtsbijstand, geen toelichting op de asielprocedure en geen gefinancierde tolkendienst te verstrekken aan asielzoekers.
6. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Zoals verweerder in het bestreden besluit al heeft overwogen, staat de Procedurerichtlijn toe dat het verstrekken van gefinancierde rechtsbijstand afhankelijk wordt gemaakt van de kans van slagen van het beroep (artikel 20, derde lid) en mag worden beperkt tot degenen die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken (artikel 21, tweede lid). Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Italië de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand voor asielzoekers verder beperkt. Ook eisers stellingen dat er in Italië voor asielzoekers geen toegang is tot informatie over de asielprocedure en tot een gefinancierde tolkendienst is niet van enige onderbouwing voorzien.
7. Gelet hierop kan eiser evenmin worden gevolgd in zijn stelling dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 4 van Pro het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie.
8. Verder voert eiser aan dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn asielaanvraag aan zich te trekken zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Daarbij stelt hij dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. Deze zijn volgens eiser daarin gelegen dat ten aanzien van Italië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit wat hiervoor is overwogen blijkt echter dat dit niet opgaat. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.