Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2020 in de zaak tussen
[eiseres] ., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil2. In geschil is de door verweerder vastgestelde waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Ter zitting hebben partijen verklaard dat over de objectafbakening tussen hen geen geschil bestaat.
[D] , taxateur te Eindhoven. In dit taxatierapport is de waarde van de onroerende zaak bepaald volgens de GOP-methode en vastgesteld op € 12.351.000. Verweerder heeft ter onderbouwing van de door hem gekozen waarderingsmethode aangevoerd dat de GOP-methode een in de taxatieleer algemeen aanvaarde taxatiemethode is voor exploitatie-gebonden vastgoedobjecten zoals de onroerende zaak. Juist door deze methode toe te passen met behulp van de eigen managementprestatie, zijn alle omstandigheden van het geval verdisconteerd in de waarde.
€ 129,63 per uur “naar gelang de werkzaamheden niet of in meer of mindere mate van wetenschappelijke of bijzondere aard zijn”. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 13 juli 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BX0904) overwogen dat bij de beantwoording van de vraag in hoeverre de werkzaamheden van bijzondere aard zijn, vooral moet worden gekeken naar de aard van de onroerende zaak. In dit geval, waarin het gaat om een hotel met restaurant en vergaderruimte, is er op zichzelf sprake van een bijzonder object, dat een hogere vergoeding rechtvaardigt dan bijvoorbeeld het standaardbedrag voor de waardering van een courante niet-woning (€ 68 per uur). Eiseres heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden in die mate van bijzondere aard zijn dat het maximumtarief zou moeten worden toegepast. De rechtbank is van oordeel dat een vergoeding van € 85 per uur in dit geval passend is. Nu eiseres de omzetbelasting als voorbelasting in aftrek kan brengen, bestaat geen aanleiding dit bedrag hiermee te verhogen. Wat betreft het aantal uren wordt uitgegaan van 12 uur voor de opname ter plaatse en het opstellen van een taxatierapport en
2 uur voor het bijwonen van de zitting, in totaal derhalve 14 uur. Gezien het voorgaande stelt de rechtbank de door verweerder aan eiseres te vergoeden kosten van een deskundige vast op € 1.190 (14 uur à € 85).