ECLI:NL:RBDHA:2020:13284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit overdragen niet-begeleide minderjarige aan Noorwegen wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, een niet-begeleide minderjarige van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Noorwegen verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat hereniging met zijn broer in Noorwegen niet in zijn belang is omdat de broer niet voor hem kan zorgen en hij zich inmiddels thuis voelt in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de belangen van eiser. Hoewel verweerder extra informatie had opgevraagd bij de Noorse autoriteiten, ontbrak een duidelijke onderbouwing waarom hereniging met de broer in Noorwegen in het belang van eiser zou zijn, vooral gezien de onzekerheid over woonmogelijkheden en zorg.
De rechtbank stelde dat het belang van het kind voorop moet staan en verweerder een actieve motiveringsplicht heeft. Omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat overdracht aan Noorwegen in het belang van eiser was, werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.