ECLI:NL:RBDHA:2020:13320
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse nationaliteit bezittende persoon, diende op 14 juli 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit vanwege zijn vermeende uitgeprocedeerde status in Duitsland en het verzoek om het land te verlaten. Tevens stelde hij dat verwijdering vanwege het coronavirus gezondheidsrisico's met zich meebrengt. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland haar verdragsverplichtingen nakomt. Eiser bracht geen overtuigend bewijs aan dat dit niet het geval zou zijn.
De rechtbank stelde dat de Duitse autoriteiten middels het claimakkoord hebben gegarandeerd dat eisers verzoek om internationale bescherming in behandeling wordt genomen. Ook de coronagerelateerde bezwaren werden niet onderbouwd met objectieve informatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in behandeling neming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.