ECLI:NL:RBDHA:2020:1341

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
C/09/587532 / FA RK 20-323
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan vrouw met psychotische stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 6 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw geboren in 1939. De betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met onderliggende geheugen- en cognitieve problemen die nader onderzoek en zorg vereisen.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de betrokkene niet in staat is voor zichzelf te zorgen, vastgelopen is in haar thuissituatie en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De psychose is onder controle, maar er is een risico op terugval bij ontslag vanwege medicatieweigering. De voorgestelde verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht en opname in een accommodatie.

De rechtbank concludeerde dat de criteria voor verplichte zorg zijn vervuld, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de zorg evenredig en effectief is. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, met het uitgangspunt dat terugkeer naar huis met goede zorg zo spoedig mogelijk wordt gerealiseerd.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/587532 / FA RK 20-323
Datum beschikking: 06 februari 2020
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikkingnaar aanleiding van het op 20 januari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1939 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. mr. J.H.T. van Brunschot te 's-Gravenhage.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een op 17 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
  • een ongedateerde, niet ondertekende en niet met de wensen van betrokkene ingevulde zorgkaart, waarin is verklaard dat betrokkene niet tot medewerking aan de zorgkaart in staat is;
  • een zorgplan van 15 januari 2020;
  • een beoordeling van de geneesheer-directeur van het zorgplan;
  • een bij beschikking van de rechtbank van 30 december 2019 verleende voortzetting van de inbewaringstelling;
  • een uittreksel uit de justitiële documentatie;
  • een afschrift van de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 06 februari 2020.
1.3
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de [psychiater 2] ;
- de [arts assistent]
- de [verzorgende] .
De onafhankelijke psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld, [psychiater 1] is ter zitting telefonisch gehoord.
1.4
De officier van justitie is niet ter zitting verschenen.

2.Verweer

De betrokkene heeft ter zitting verweer gevoerd. Zij heeft verklaard dat zij naar huis wil.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. De betrokkene wil hier niet blijven. De betrokkene gebruikt medicatie. Daar heeft ze geen moeite mee.
De psychiater heeft verklaard dat een voortzetting van de opname wel noodzakelijk is. De betrokkene kwam hier psychotisch binnen. De cognitieve problemen spelen al langer en zijn verergerd. De psychose is inmiddels onder controle, maar gebleken is dat sprake is van diepergaande problemen. Daar moet onderzoek naar gedaan worden en er moet daarna passende zorg voor geboden worden. De betrokkene is thuis vastgelopen; met de financiën, de administratie en ze kan niet voor zichzelf zorgen. Er wordt nog wel onderzocht of de betrokkene terug naar huis kan. De betrokkene is er zelf niet van overtuigd dat zij behandeling nodig heeft. De ingezette thuiszorg weigert ze. De betrokkene is met veel moeite medicatie gaan slikken. Als zij naar huis mag gaan, wordt verwacht dat ze deze niet meer zal innemen. De verwachting is dat er contact opgenomen gaat worden met de specialisten van de Wzd.
De [psychiater 1] heeft verklaard dat zij per vergissing in de medische verklaring niet heeft aangekruist dat een opname in een accommodatie en toezicht op betrokkene noodzakelijk is, terwijl dat wel het geval is. De psychiater is het eens met het zorgplan. Zij heeft gisteren gehoord dat deze vormen van verplichte zorg niet goed in de medische verklaring staan vermeld en had tot op heden geen tijd om dat te herstellen.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Hoewel de psychose onder controle is, is gebleken dat sprake is van dieperliggende geheugen- en cognitieve problematiek, waar onderzoek naar gedaan moet worden en passende zorg voor geboden moet worden.
3.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Uit de geneeskundige verklaring en de verklaring van de psychiater ter zitting blijkt dat de betrokkene niet voor zichzelf kan zorgen en is vastgelopen in de thuissituatie. In aanloop naar de opname heeft de betrokkene thuis overlast veroorzaakt. Zo dacht de betrokkene dat haar woonomgeving haar in de gaten hield en haar nadeed. Ook weigerde de betrokkene vanuit achterdocht medicatie van de thuiszorg aan te nemen en weigerde zij te eten en te drinken. Hoewel de psychose onder controle is, is gebleken dat er diepergaande cognitieve problemen te zijn die nader onderzocht moeten worden. Als de betrokkene nu naar huis zou gaan, bestaat het risico dat de betrokkene weer medicatie zal weigeren en zal terugvallen.
3.3
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen heeft zij zorg nodig.
3.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
3.5
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.6
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.7
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. Daarbij gaat de rechtbank er vanuit dat, als zal blijken dat er nog mogelijkheden zijn om betrokkene met goede zorg naar huis te laten gaan, dit zo spoedig mogelijk zal worden gerealiseerd.

4.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 1939 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie voor de duur van zes maanden;
- verrichten van medische controles voor de duur van zes maanden;
- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van zes maanden;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van zes maanden;
- opnemen in een accommodatie voor de duur van zes maanden.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 20 juli 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 06 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.