Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. D.S. Arjun Sharma, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op
17 december 2020.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Hongaarse gemeenschapsonderdaan, voerde beroep aan tegen het besluit van de staatssecretaris dat haar verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan is geëindigd vanwege een verblijf van langer dan zes maanden buiten Nederland en onvoldoende bewijs van rechtmatig verblijf in Nederland tussen 18 december 2014 en 14 augustus 2015.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in die periode in Nederland verbleef, mede omdat zij niet stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en geen bewijsstukken heeft overgelegd ondanks herhaalde verzoeken. Rechtmatig verblijf werd erkend van 10 augustus 2015 tot 1 april 2016, maar niet daarna, omdat de arbeid die zij verrichtte niet voldeed aan de voorwaarden en haar stellingen over zwangerschap en arbeidsongeschiktheid onvoldoende waren onderbouwd.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres sinds 18 februari 2016 een uitkering ontvangt en daarmee een onredelijke belasting vormt voor het sociale zekerheidsstelsel. De belangenafweging van de staatssecretaris, inclusief de afwezigheid van een gezinsleven in Nederland en sterke banden met Hongarije, werd door de rechtbank gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris het verblijfsrecht terecht heeft beëindigd en dat er geen sprake is van een schending van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.