ECLI:NL:RBDHA:2020:13453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op machtiging tot voorlopig verblijf nareiziger asiel wegens ontbreken identiteits- en familiestukken
Eiser, een 16-jarige Eritrese asielzoeker, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf als nareiziger bij zijn moeder die in Nederland verblijft met een asielvergunning. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij geen toestemmingsverklaring van zijn vader en andere vereiste documenten zoals een doopakte en antecedentenverklaring had ingediend.
Na bezwaar en een hoorzitting werd het bezwaar ongegrond verklaard omdat eiser en zijn moeder niet voldeden aan de opgevraagde bewijsstukken en er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Tijdens de beroepsprocedure overhandigde eiser een toestemmingsverklaring, maar dit was niet relevant omdat de andere documenten ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat het niet indienen van de gevraagde stukken niet aannemelijk werd verantwoord, ook niet met het oog op de coronacrisis. De vaccinatieboekjes konden niet als identiteitsbewijs dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op de machtiging tot voorlopig verblijf nareiziger asiel wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van vereiste documenten.