ECLI:NL:RBDHA:2020:1347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt, geboren in 1986, verblijft in een zorgaccommodatie en lijdt aan een verstandelijke handicap die leidt tot ernstig nadeel.
Tijdens de zitting op 11 februari 2020 werden de cliënt, zijn advocaat, een gedragsdeskundige, twee artsen en de ouders gehoord. De cliënt stemde in met het verzoek en gaf aan liever een langere machtiging te willen vanwege de onrust die ontstaat bij het aflopen van de machtiging. De gedragsdeskundige en artsen bevestigden dat opname noodzakelijk is voor de veiligheid en het welzijn van de cliënt.
De rechtbank overwoog dat hoewel in de stukken sprake was van pedofiele neigingen bij de cliënt, dit niet leidde tot een reëel gevaar voor derden. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om ernstig nadeel, zoals psychische schade en agressie, te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar.
Op grond van de overwegingen verleent de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf voor de maximale termijn van zes maanden, tot en met 11 augustus 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden om ernstig nadeel bij de cliënt te voorkomen.