ECLI:NL:RBDHA:2020:13481

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 september 2020
Publicatiedatum
28 december 2020
Zaaknummer
NL20.15700
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublin-verordening.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank bij een andere uitspraak op het beroep reeds heeft beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

De zitting vond plaats via een beeld- en geluidverbinding vanwege coronamaatregelen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 7 september 2020 en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.15700
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Ceylan), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H. van de Wal).

Procesverloop

Bij besluit van 18 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft op 1 september 2020 via beeld- en geluidverbinding (skype) plaatsgevonden . Op deze zitting is ook de zaak NL20.15699 behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.15699, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff - Vos, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
07 september 2020

Documentcode: DSR12610439

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.