Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:1354

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
C/09/588261 / FA RK 20-724
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij psychische stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van een vrouw geboren in 1947. De vrouw verbleef in een zorgaccommodatie en werd bijgestaan door haar advocaat. Tijdens de zitting verklaarde zij dat haar eerdere suïcidale uitingen een noodkreet waren en dat zij bereid is haar problemen aan te pakken.

De behandelend arts gaf aan dat opname noodzakelijk was vanwege ernstige angst, depressie en trauma, maar dat verblijf in de accommodatie niet per se vereist is als ambulante zorg adequaat wordt uitgevoerd. De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en noodzaak tot medische handelingen, veroorzaakt door een psychische stoornis.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg nodig is om het patroon van crisis na crisis te doorbreken en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, waarbij onder meer medicatie, medische controles, toezicht en onderzoek van de verblijfsruimte zijn toegestaan. Het verzoek tot meer of anders gevraagde maatregelen werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588261 / FA RK 20-724
Datum beschikking: 13 februari 2020

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 7 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel van 7 februari 2020;
  • een op 7 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
  • een uittreksel uit de justitiële documentatie (blanco);
  • een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de behandelend [arts]
  • de sociaal psychiatrisch [verpleegkundige] ;
  • een verpleegkundige van de afdeling.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft verklaard dat zij vrijdag voorafgaand aan de opname geëmotioneerd was, dat zij het niet daadwerkelijk meende dat ze een eind aan haar leven te maken, maar dat sprake was van een noodkreet. De betrokkene geeft aan dat zij na vijftig jaar nu weet wat de onderliggende oorzaak is van haar gedragingen, dat zij in haar leven steeds dingen ’kapot’ wilde maken, dat zij dit al die tijd voor haarzelf heeft gehouden, dat het gebeurde haar heeft getekend in haar leven en haar zeer veel verdriet heeft gedaan. De betrokkene heeft verklaard dat zij over deze problematiek in gesprek is met [psychiater 2] en dat zij bereid is de problemen aan te pakken en er voor te gaan. De betrokkene heeft voorts verklaard dat zij het op de afdeling verschrikkelijk vindt, met name in de nachten.
De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat, behalve het verblijf in de accommodatie, de betrokkene zich aan de punten van zorg – waaronder ook het nemen van de voorgeschreven medicatie – wil houden.
De behandelend arts heeft verklaard dat de betrokkene voor opname eenzaam en wanhopig was, waardoor het niet goed ging in de thuissituatie. Sprake was onder meer van slechte zelfzorg met als gevolg dat betrokkene sterk is afgevallen. Door opname en verblijf zijn de sombere gedachten verdwenen, maar de onderliggende problemen zijn niet weg. Sprake is van angst, depressie en trauma. Nadere diagnostiek is nodig. Onderzoek naar eventuele neurocognitieve aandoeningen zal worden uitgevoerd. Verblijf in een accommodatie is geen noodzaak mits ambulante behandeling goed van de grond komt. Hiertoe is een machtiging verplichte zorg aangaande de medicatie en eventuele controles daarop nodig zodat ambulante zorg adequaat kan worden geleverd.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten depressieve stemmingsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de verklaring van de arts ter zitting inhoudende dat opname in de accommodatie geen noodzaak is mits sprake is van goede ambulante behandeling, de volgende vormen van verplichte zorg, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gevaarlijke voorwerpen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Tot voor kort heeft betrokkene opname en behandeling geweigerd en was zij wisselend in haar standpunt. De behandelend sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft hierover verklaard dat het moeilijk is voor de betrokkene om liefde maar vooral ook zorg te aanvaarden waardoor geen goede zorg tot stand is gekomen en de betrokkene van crisis naar crisis is gegaan. Het is belangrijk dit patroon te doorbreken met verplichte zorg, aldus de sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank verplichte zorg nodig omdat de betrokkene mogelijk op een ander moment anders zal denken en niet meer bereid zal zijn de ambulante zorg te aanvaarden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[de vrouw]

geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie voor de duur van drie weken;
- verrichten medische controles voor de duur van drie weken;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen voor de duur van drie weken;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van drie weken;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gevaarlijke voorwerpen voor de duur
van drie weken;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 februari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.