De zaak betreft een verzoek van een voormalig statutair bestuurder die arbeidsongeschikt is geworden en wiens inschrijving als bestuurder per 8 januari 2020 is ingetrokken, maar van wie de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd. De kern van het geschil is of het bonusverbod uit de NOW 1.2-regeling van toepassing is op hem, waardoor de werkgever de bonusbetalingen zou mogen weigeren.
De kantonrechter analyseert de NOW 1.2-regeling, met name artikel 6a, en de toelichting daarop, waarin het bonusverbod geldt voor bestuur en directie van de werkmaatschappij en het concern, maar niet voor overige werknemers. De uitleg van de latere NOW 2.0-regeling wordt betrokken bij de interpretatie, waarbij bestuurs- en directiefuncties breed worden opgevat, maar registratie in het Handelsregister niet doorslaggevend is.
Vaststaat dat verzoeker tot 8 januari 2020 statutair bestuurder en beleidsbepaler was, maar daarna door intrekking van zijn inschrijving en arbeidsongeschiktheid geen beleidsbepalende taken meer uitoefent. De kantonrechter oordeelt dat hij daarmee is komen te vallen onder 'overig personeel', waarvoor het bonusverbod niet geldt.
De kantonrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat de werkgever gehouden is de bonus van € 2.500 per kwartaal over 2020 onverkort te betalen. Tevens wordt de werkgever veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.