ECLI:NL:RBDHA:2020:1360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens frontotemporale dementie
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor een vrouw geboren in 1949, lijdend aan frontotemporale dementie met vasculaire component. De aanvraag werd ondersteund door medische verklaringen en een indicatiebesluit Wet langdurige zorg.
Tijdens de mondelinge behandeling op 3 februari 2020 verschenen de cliënt, haar advocaat, de zaalarts, verpleegkundigen en haar zoon. Cliënt gaf wisselende verklaringen over haar wens om naar een verpleeghuis te gaan, maar toonde uiteindelijk bereidheid om naar een bekend verpleeghuis te verhuizen. De zaalarts bevestigde dat thuis wonen niet langer mogelijk is door psycho neurocognitieve symptomen.
De rechtbank oordeelde dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en agressie uitlokkend gedrag. De opname en verblijf zijn noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende maatregelen. Gezien het verzet van cliënt en de ernst van haar aandoening werd de machtiging voor zes maanden verleend.
De beschikking werd op 3 februari 2020 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 11 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door frontotemporale dementie.