Uitspraak
Vonnis in kort geding van 31 december 2020
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
Het verloop van de procedure blijkt uit de op 29 december 2020 betekende dagvaarding van [eisers] met de bijbehorende 8 producties en de conclusie van antwoord van de Staat met één productie. Ter zitting op 30 december 2020 hebben de advocaten van partijen gepleit, mr. Pietermaat aan de hand van een overgelegde pleitnota.
a) [eisers] zijn op 24 december 2020 per vliegtuig naar Zanzibar (Tanzania) gereisd voor een vakantieverblijf. Zij zijn van plan op 3 januari 2021 terug te reizen.
[eisers] vorderen dat de Staat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wordt bevolen (primair) de aanwijzing aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s onmiddellijk in te trekken, (subsidiair) deze aan te passen zodat de regeling niet geldt voor Nederlandse ingezetenen, althans (meer subsidiair) het eisers mogelijk te maken zonder het voorleggen van een negatieve PCR-test naar Nederland te reizen, althans een in goede justitie te nemen (andere) beslissing, met veroordeling van de Staat in de kosten.
- de wettelijke grondslag voor het geven van de aanwijzing ontbreekt; de artikelen 53 en 54 Wpg hebben niet de strekking maatregelen te treffen die in het buitenland vertrekkende vliegtuigen en hun passagiers aangaan;
- als gevolg van de aanwijzing worden elementaire grondrechten geschonden, terwijl de aanwijzing de resultante is van gebrekkige en willekeurige besluitvorming;
- de PCR-test kan niet ingezet worden voor dit doel omdat de test niet voor dat doel is bestemd en de test bovendien niet geschikt is gebruikt te worden bij personen die geen COVID-19 gerelateerde klachten hebben;
- de aanwijzing is in strijd met artikel 3 van Pro het Vierde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), welke bepaling verbiedt onderdanen het recht te ontnemen het grondgebied van diens hun staat te betreden;
”
De voorzieningenrechter beslist als volgt:
wijst af het meer of anders gevorderde.