ECLI:NL:RBDHA:2020:13654

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
4 januari 2021
Zaaknummer
NL20.20286
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening afgewezen, omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL20.20285), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Wel is de verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor de rechtsbijstand, vastgesteld op €525,-. De kosten voor het verschijnen ter zitting zijn reeds in de bodemzaak vergoed.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra en griffier A. Vranken op 16 december 2020 te Amersfoort. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €525,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.20286
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster](V-nummer: [v-nummer 1] ), verzoekster, mede namens de minderjarigen
[minderjarige 1](V-nummer: [v-nummer 2] ) en
[minderjarige 2]
(V-nummer: [v-nummer 3] ),
(gemachtigde: mr. J.A. Pieters), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.20285, plaatsgevonden op 8 december 2020. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. F.W. Verweij, als waarnemer van haar gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer E.J. Nyembo- Katumbwe. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.20285, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Gezien de
gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting al vergoed in de bodemzaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
16 december 2020
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. M.C. Verra A. Vranken
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.