Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening afgewezen, omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL20.20285), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Wel is de verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor de rechtsbijstand, vastgesteld op €525,-. De kosten voor het verschijnen ter zitting zijn reeds in de bodemzaak vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra en griffier A. Vranken op 16 december 2020 te Amersfoort. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €525,-.