ECLI:NL:RBDHA:2020:13683
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- G.J. Tingen
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij LVV-formulier
Eiser, een ongedocumenteerde vreemdeling die reeds verblijft in een Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV), maakte bezwaar tegen een formulier dat hij ontving over de LVV. Hij wilde weten of dit formulier als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang had omdat hij reeds feitelijk opvang geniet in de LVV, waardoor het antwoord op zijn vraag geen feitelijke betekenis voor hem heeft.
De rechtbank kende wel het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht, gelet op het feit dat eiser geen middelen van bestaan heeft en niet mag werken of een uitkering ontvangen. De zitting vond plaats via Skype vanwege COVID-19 maatregelen.
De rechtbank overwoog dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.