ECLI:NL:RBDHA:2020:13798
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdige besluitvorming
Verzoekster is op 13 maart 2020 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Op 7 augustus 2020 nam de Staatssecretaris alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank besloot zonder zitting dat de Staatssecretaris de proceskosten van verzoekster moet vergoeden, omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep werd genomen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat door de rechtbank werd geïnterpreteerd als geen bezwaar.
De vergoeding bedraagt € 262,50, een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak. Er zijn geen andere kosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en griffier L.S. Lodder op 8 september 2020.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 262,50 aan proceskosten aan verzoekster.