ECLI:NL:RBDHA:2020:13798

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 september 2020
Publicatiedatum
7 januari 2021
Zaaknummer
NL20.6623
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdige besluitvorming

Verzoekster is op 13 maart 2020 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Op 7 augustus 2020 nam de Staatssecretaris alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank besloot zonder zitting dat de Staatssecretaris de proceskosten van verzoekster moet vergoeden, omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep werd genomen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat door de rechtbank werd geïnterpreteerd als geen bezwaar.

De vergoeding bedraagt € 262,50, een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak. Er zijn geen andere kosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en griffier L.S. Lodder op 8 september 2020.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 262,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6623
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. K. Yousef),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: C. van der Zijde).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verzoekster is op 13 maart 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 7 augustus 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op haar aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te
dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van
L.S. Lodder, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
08 september 2020

Documentcode: DSR12655073

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.