De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen twee besluiten van het UWV betreffende de heropening van zijn WIA-uitkering. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het eerste besluit gebrekkig was gemotiveerd omdat het verzoek tot heropening ten onrechte als te laat werd beoordeeld.
Verweerder heeft daarop een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar van eiser werd gegrond verklaard en de WIA-uitkering per 22 mei 2017 werd heropend. Eiser stelde dat de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2010 had moeten worden heropend omdat hij sindsdien volledig arbeidsongeschikt was en niet tijdig kon reageren vanwege psychische problemen en niet ontvangen brieven.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 30 juni 2011, waarbij de uitkering werd beëindigd, rechtsgeldig was en dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden. Op basis van het toepasselijke beleid kan een uitkering niet eerder worden hervat dan de dag waarop de verzekerde zich meldt. Dit beleid is consistent toegepast en niet onredelijk. Daarom werd het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser. Het beroep tegen het eerste besluit werd gegrond verklaard, tegen het tweede besluit ongegrond.