ECLI:NL:RBDHA:2020:13881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
De rechtbank stelde vast dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen en zich enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken. Deze zware gronden waren voldoende om de maatregel te dragen. Daarnaast was er zicht op uitzetting naar Marokko, ondanks beperkte medewerking van eiser en de coronacrisis.
Eiser betwistte de feiten niet, maar leverde onvoldoende bewijs voor zijn stelling dat hij actief meewerkt aan zijn uitzetting. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding niet kon worden toegewezen en dat het beroep ongegrond was.
De uitspraak werd gedaan op 28 december 2020 en bekendgemaakt op 30 december 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.