ECLI:NL:RBDHA:2020:13888
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- V.E.A. Naaijkens
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige langdurig ingezetene wegens onvoldoende duurzame middelen
Eiser, een Egyptische langdurig ingezetene in Italië, vroeg op 8 april 2019 een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland met een onderneming opgericht op 8 januari 2020.
De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij duurzaam over voldoende zelfstandige middelen van bestaan zou beschikken. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van het ondernemingsplan, werkervaring en intentieverklaringen, die als summier en onvoldoende concreet werden beoordeeld.
Daarnaast faalde het beroep op schending van de hoorplicht omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, waardoor een hoorzitting niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.