ECLI:NL:RBDHA:2020:13953

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 september 2020
Publicatiedatum
13 januari 2021
Zaaknummer
NL20.16040 en NL20.16043
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening

Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is niet in behandeling genomen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De reden hiervoor is dat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaken samen met andere vergelijkbare zaken behandeld op 8 september 2020.

Na beoordeling heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet nodig is omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A. Vranken op 9 september 2020. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden ingehaald zodra het mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.16040 en NL20.16043

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster]en
[verzoeker], verzoekers V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaou).

Procesverloop

Bij besluiten van 25 augustus 2020 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.16039 en NL20.16042, plaatsgevonden op 8 september 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL20.16039 en NL20.16042, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is gedaan op:
09 september 2020

Documentcode: DSR12673443

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.