Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoekers V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is niet in behandeling genomen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De reden hiervoor is dat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaken samen met andere vergelijkbare zaken behandeld op 8 september 2020.
Na beoordeling heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet nodig is omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A. Vranken op 9 september 2020. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden ingehaald zodra het mogelijk is. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.