ECLI:NL:RBDHA:2020:14005

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 december 2020
Publicatiedatum
15 januari 2021
Zaaknummer
AWB 20/6090
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:57 AwbArt. 8:81 AwbArt. 6:16 AwbArt. 73 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling

Verzoeker, een Iraakse vreemdeling, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af te wijzen. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen.

Verweerder verzette zich niet tegen het verzoek tot voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat het bestreden besluit niet automatisch geschorst wordt bij bezwaar en dat verweerder niet bevoegd is om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Omdat partijen het erover eens waren dat uitzetting niet mocht plaatsvinden, werd het verzoek toegewezen.

De voorzieningenrechter verbood de uitzetting van verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/6090

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2020 in de zaak tussen

[verzoeker], geboren op [2013], van Iraakse nationaliteit, verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: BH. Wezeman).

Procesverloop

Bij besluit van 29 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan – onder meer – indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Bij brief van 17 december 2020 heeft verweerder medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
3. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit op grond van artikel 6:16 van Pro de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vw niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder niet op grond van de Awb en de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit- met de aanzegging aan verzoeker om Nederland meteen te verlaten- op te schorten.
4. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.
5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Naar aanleiding van documenten die verzoeker heeft ingebracht, heeft verweerder besloten om aanvullend onderzoek te laten verrichten door het Bureau Medische Advisering. Deze documenten dateren van ná het primaire besluit. Verweerder heeft hiermee eerder dus geen rekening kunnen houden. In zoverre kende het primaire besluit dus geen gebrek.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist; en
  • wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de voorzieningenrechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.