ECLI:NL:RBDHA:2020:14009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker diende op 15 november 2019 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Verweerder nam uiteindelijk op 27 november 2019 alsnog een besluit, waarna verzoeker het eerste beroep introk en een nieuw beroep instelde tegen het genomen besluit.
Verweerder weigerde de proceskosten te vergoeden, stellende dat het intrekken van het eerste beroep betekende dat verzoeker afstand had gedaan van een proceskostenveroordeling. De rechtbank oordeelde dat het eerste beroep mede betrekking had op het alsnog genomen besluit en dat verzoeker daarom niet afzonderlijk beroep hoefde in te stellen.
Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. Gezien de aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener werd een vergoeding van €262,50 toegekend, met een wegingsfactor van 0,5 wegens de beperkte aard van het geschil.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.