ECLI:NL:RBDHA:2020:14030
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot strafonderbreking wegens beroep bij RSJ
Eiser, gedetineerd sinds januari 2020 en veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, verzocht om strafonderbreking vanwege het coronavirus en het besmettingsgevaar in de penitentiaire inrichting. De selectiefunctionaris wees dit verzoek af omdat angst voor besmetting geen bijzondere persoonlijke omstandigheden vormt die strafonderbreking rechtvaardigen. Eiser stelde dat de Staat tekortschiet in zijn zorgplicht en dat strafonderbreking noodzakelijk is om besmetting te voorkomen.
De Staat voerde verweer dat eiser niet-ontvankelijk is omdat tegen de beslissing van de selectiefunctionaris beroep openstaat bij de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De voorzieningenrechter volgde dit verweer en oordeelde dat de RSJ een voldoende waarborgen biedende rechtsgang is, waardoor de burgerlijke rechter niet bevoegd is. De Staat gaf aan dat de RSJ binnen twee weken kan beslissen op een spoedverzoek.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten omdat hij ondanks kennis van het beroepsrecht toch het kort geding voortzette. De rechtbank verklaarde eiser niet-ontvankelijk en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten aan de Staat. Het vonnis werd op 4 mei 2020 gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en uitgesproken door mr. H.J. Vetter.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot strafonderbreking en veroordeeld in de proceskosten.