ECLI:NL:RBDHA:2020:14092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Malinese nationaliteit en LHBTI-identiteit
Eiser, van Malinese nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag was afgewezen en onherroepelijk ongegrond was verklaard. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe feiten of bevindingen aanvoerde die relevant zijn voor de beoordeling.
Eiser voerde zijn afkomst uit Mali en de ontwikkeling van zijn LHBTI-identiteit aan, ondersteund met documenten zoals een Malinese geboorteakte, een deel van een EASO-rapport, en uitnodigingen voor LHBTI-bijeenkomsten. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende bewijs leverden voor de Malinese nationaliteit en onvoldoende nieuwe elementen vormden ten opzichte van eerdere procedures.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet. De eerdere beoordeling dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij LHBTI is, bleef onverminderd van kracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.