ECLI:NL:RBDHA:2020:14166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 24 mei 2020 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft besloten geen zitting te houden omdat dat niet noodzakelijk was volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan de rechtbank bepalen dat de proceskosten door de wederpartij moeten worden vergoed.
Omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, is verzoeker gerechtigd tot vergoeding van proceskosten. Aangezien verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over het overschrijden van de beslistermijn, is een lager vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5. Er zijn geen andere kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €262,50 aan verzoeker als proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.