ECLI:NL:RBDHA:2020:14183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker is op 31 december 2019 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Op 29 mei 2020 heeft de Staatssecretaris alsnog een besluit genomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank overweegt dat omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten. Dit volgt uit de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier S.M. Bakker, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzet is mogelijk binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.