ECLI:NL:RBDHA:2020:14183

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
29 januari 2021
Zaaknummer
19.31931
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak

Verzoeker is op 31 december 2019 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Op 29 mei 2020 heeft de Staatssecretaris alsnog een besluit genomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank overweegt dat omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten. Dit volgt uit de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier S.M. Bakker, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzet is mogelijk binnen zes weken na bekendmaking.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.31931
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], met V-nummer [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. F. Lavell),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S.J.M. Leijtens).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 13 juli 2020 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van
verzoeker te vergoeden tot een bedrag van € 262,50.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verzoeker is op 31 december 2019 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 29 mei 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten.
Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van S.M. Bakker, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
17 juli 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.