Uitspraak
[belanghebbende] ,
Inleiding
De procedure in raadkamer
Het standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de belanghebbende
Het oordeel van de rechtbank
(zie ook ECLI:NL:HR:2018:1156).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 december 2020 een vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een BMW 320D die ondeugdelijk was hersteld na zeer zware schade. Uit een deskundigenrapport van de politie bleek dat de auto op onjuiste wijze was gelast en daardoor onveilig was, wat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar bracht. De auto was verkocht aan de belanghebbende, die te goeder trouw handelde en geen verdachte was in een strafzaak.
De rechtbank overwoog dat met het voertuig het strafbare feit van oplichting was gepleegd, ook al was er geen verdachte in beeld. De vordering tot onttrekking werd gegrond verklaard omdat het ongecontroleerde bezit van het voertuig in strijd is met het algemeen belang. De belanghebbende voerde aan dat de RDW en APK-keuringen de auto hadden goedgekeurd, maar de rechtbank vond het deskundigenonderzoek specifieker en overtuigender.
Verder werd een geldelijke tegemoetkoming toegekend van €12.000, gebaseerd op een taxatierapport van de politie-eenheid Den Haag, omdat zonder vergoeding de belanghebbende onevenredig zou worden getroffen. De rechtbank benadrukte dat deze tegemoetkoming geen volledige schadevergoeding is, maar passend gelet op de waarde en toestand van het voertuig.
De rechtbank verklaarde de auto onttrokken aan het verkeer en kende de geldelijke tegemoetkoming toe, waarmee de belangen van verkeersveiligheid en de belangen van de eigenaar in redelijke balans werden gebracht.
Uitkomst: De rechtbank onttrekt de ondeugdelijk herstelde BMW 320D aan het verkeer en kent een geldelijke tegemoetkoming van €12.000 toe aan de belanghebbende.