ECLI:NL:RBDHA:2020:14268
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 8 september 2020 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de zaak waarin op het beroep werd beslist (zaaknummer NL20.16922). Omdat de rechtbank op dat beroep inmiddels uitspraak had gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.G. Nicholson, in aanwezigheid van griffier M. van Ettikhoven. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet in een openbare zitting plaats, maar zal deze indien nodig later openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep tegen het bestreden besluit reeds is beslist.