ECLI:NL:RBDHA:2020:14270
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Guinese nationaliteit en geboren in 1997, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 10 september 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling gesteld. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 28 september 2020, samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker en zijn gemachtigde waren zonder bericht van afwezigheid niet aanwezig bij de zitting. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege de reeds mondeling uitgesproken uitspraak op het beroep op 28 september 2020, een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep tegen het bestreden besluit reeds is beslist.