Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten toe te kennen.
De rechtbank overweegt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat hij pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lagere vergoeding toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en griffier S.M. Bakker op 17 juli 2020. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden gedaan zodra mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig nemen van een besluit.