ECLI:NL:RBDHA:2020:14331

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2020
Publicatiedatum
1 maart 2021
Zaaknummer
NL20.8389
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens intrekking bestreden besluit

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Staatssecretaris heeft vervolgens het bestreden besluit ingetrokken en aangegeven de asielaanvraag inhoudelijk te zullen behandelen. De rechtbank heeft in de hoofdzaak het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het treffen van een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en tevens geen proceskostenveroordeling opgelegd, aangezien het intrekken van het besluit nieuwe omstandigheden betrof die het verzoek overbodig maakten.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar zal indien nodig alsnog openbaar worden uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens intrekking van het bestreden besluit.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8389
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Drenth),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Ch. R. Vink).

Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Op 24 juni 2020 heeft verweerder te kennen gegeven dat hij het besluit heeft ingetrokken en de asielaanvraag inhoudelijk in behandeling zal nemen.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek gehandhaafd en verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak.
De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep niet- ontvankelijk verklaard. Vanwege die beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Verweerder heeft namelijk een nieuw besluit genomen vanwege nieuwe omstandigheden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 augustus 2020 door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
26 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.