ECLI:NL:RBDHA:2020:14340
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning verblijf en arbeid wegens niet voldoen aan voorwaarden Aziatische horeca
Eiser, van Indiase nationaliteit, vroeg om verlenging van een Gecombineerde Vergunning voor Verblijf en Arbeid (GVVA) om te kunnen werken bij zijn werkgever, een Aziatisch restaurant. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat de werkgever (referent) niet voldeed aan de voorwaarden van de Regeling Aziatische horeca, zoals bevestigd door negatieve adviezen van het UWV.
De kern van het geschil betrof of de referent met betrekking tot twee werknemers, aangeduid als [A] en [B], had voldaan aan de voorwaarden dat zij een keukenfunctie op ten minste niveau 2 bekleedden of een promotie naar een hogere keukenfunctie hadden gemaakt. De rechtbank oordeelde dat dit niet was aangetoond. [A] was trainee-kok op niveau 1 en had geen promotie vanuit een keukenfunctie, en [B] had eveneens geen promotie gemaakt naar een hogere keukenfunctie en bekleedde een functie op niveau 1.
Eiser voerde aan dat er een tekort is aan gekwalificeerd personeel en dat het niet verlenen van de GVVA grote financiële consequenties zou hebben. De rechtbank overwoog dat deze belangenafweging door verweerder voldoende was gemaakt en dat de bezwaren niet concreet waren onderbouwd. Ook het niet horen van eiser en referent werd als rechtmatig beoordeeld omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg op 5 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de GVVA-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.