Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, is door verweerder in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Verweerder baseerde dit op meerdere zware en lichte gronden, waaronder het niet vrijwillig vertrekken na een terugkeerbesluit en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit.
Eiser voerde aan dat de gronden onvoldoende waren, dat hij wilde meewerken aan een nieuwe aanvraag en dat hij niet per se wilde terugkeren. Ook stelde hij dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting was vanwege de coronasituatie en dat een lichter middel dan bewaring passend was, mede vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor bewaring terecht waren gelegd, dat het terugkeerbesluit en de vertrektermijn waren verstreken en dat er wel degelijk zicht was op uitzetting, mede door een aangevraagd vervangend reisdocument. Verweerder had bovendien voldoende gemotiveerd waarom geen lichter middel toepasbaar was, gezien het risico op onttrekking.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.