ECLI:NL:RBDHA:2020:14355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op opheffing ongewenstverklaring na intrekking
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht op 25 maart 2019 om opheffing van zijn ongewenstverklaring. Verweerder wees dit verzoek aanvankelijk af omdat eiser niet kon aantonen dat hij tien jaar buiten Nederland of vijf jaar buiten de EU verbleef, zoals vereist volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000.
Eiser stelde dat slechts een deel van het paspoort ontbrak en wachtte op aanvullende verklaringen uit Suriname. Tijdens de procedure werd echter duidelijk dat verweerder op 7 mei 2020 de ongewenstverklaring had opgeheven naar aanleiding van nieuwe stukken.
De rechtbank oordeelde dat het doel van het beroep, namelijk opheffing van de ongewenstverklaring, inmiddels was bereikt en dat eiser daardoor geen procesbelang meer had. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ongewenstverklaring inmiddels is opgeheven en het procesbelang ontbreekt.