ECLI:NL:RBDHA:2020:14368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens giftenaftrek met tegenprestatie en toepassing meerderheidsregel
Eiser had voor de jaren 2013 en 2014 giften aan een stichting als aftrekpost opgevoerd. Uit een strafrechtelijk FIOD-onderzoek bleek dat deze 'giften' in werkelijkheid betalingen waren voor werkzaamheden aan onroerende zaken, waardoor sprake was van een directe tegenprestatie. De Belastingdienst corrigeerde de giftenaftrek en legde navorderingsaanslagen met boetes op. Eiser stelde dat de boetes onterecht waren en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat niet alle vergelijkbare gevallen werden nagevorderd.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen recht had op giftenaftrek omdat er een tegenprestatie was. Wel werd de getuigenverklaring van eiser uitgesloten vanwege vertrouwensbreuk. Verder werd vastgesteld dat de Belastingdienst onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de overige 166 vergelijkbare gevallen geen navordering behoefden, waardoor de meerderheidsregel werd geschonden. Daarom werden de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen vernietigd.
Daarnaast stelde eiser recht te hebben op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en op proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1.000, verdeeld tussen de Belastingdienst en de Minister, en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten. Een integrale proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen worden vernietigd vanwege tegenprestatie en schending van de meerderheidsregel.