ECLI:NL:RBDHA:2020:14386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens middelenvereiste en openbare orde
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging bij zijn echtgenote. De aanvraag werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van het ontbreken van een geldige mvv, het niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan door de referente, en het gevaar voor de openbare orde vanwege eerdere veroordelingen van eiser.
Eiser was eerder ongewenst verklaard vanwege zijn strafrechtelijke verleden, waaronder een onherroepelijke gevangenisstraf in Frankrijk voor drugssmokkel en een werkstraf in Nederland voor aanranding van de eerbaarheid. Hoewel de ongewenstverklaring later werd opgeheven, oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de middelenvereiste en dat het gezinsleven via alternatieve middelen kan worden voortgezet.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen beroepsgronden had aangevoerd tegen de afwijzing vanwege het middelenvereiste, waardoor de afwijzing op die grond vaststond en het beroep ongegrond werd verklaard. De overige gronden, waaronder het gevaar voor de openbare orde en het beroep op het arrest Chavez-Vilchez, werden niet inhoudelijk behandeld. Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste.