ECLI:NL:RBDHA:2020:14402
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf voor meerderjarige zoon bij moeder
Op 23 oktober 2018 diende de moeder een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar meerderjarige zoon, die de Filipijnse nationaliteit heeft en in de Filipijnen verblijft. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op 9 april 2019, waarna bezwaar werd gemaakt dat op 4 september 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de zoon ten tijde van de aanvraag meerderjarig was en terecht als jong-volwassene werd beschouwd. Er was geen sprake van een gezinsverband met de moeder, aangezien zij sinds 2004 vrijwillig in Nederland verbleef en de zoon onafgebroken bij familieleden van de moeder woonde. Bezoeken, contact en financiële ondersteuning door de moeder waren onvoldoende om een gezinsverband aan te nemen.
Een eerdere procedure waarin wel een gezinsband werd aangenomen betrof een situatie waarin de zoon minderjarig was, waardoor deze eerdere beoordeling niet van toepassing was. Ook ontbrak het aan meer dan gebruikelijke banden die nodig zijn voor het aannemen van family life tussen volwassenen.
De rechtbank hoefde daarom geen belangenafweging te maken tussen het belang van de zoon en dat van de Nederlandse samenleving. Het beroep op het Chavez Vilchez-arrest faalde omdat dit niet van toepassing is op meerderjarige kinderen buiten de EU die geen gemeenschapsonderdaan zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor de meerderjarige zoon is ongegrond verklaard.