ECLI:NL:RBDHA:2020:14412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese vrouw wegens ongeloofwaardigheid arrestatie echtgenoot en illegale uitreis
Eiseres, een Eritrese vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige zoon. Zij stelde dat haar echtgenoot in september 2017 door soldaten werd opgepakt en dat haar voedselpasje werd ingenomen, waardoor zij en haar kinderen geen toegang tot voedsel en onderwijs hadden. Zij verklaarde ook dat zij Eritrea illegaal had verlaten vanwege deze omstandigheden en dat haar zoon medische hulp nodig had die in Eritrea niet beschikbaar was.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de arrestatie van de echtgenoot, de inname van het voedselpasje en de illegale uitreis niet geloofwaardig achtte. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht deze elementen ongeloofwaardig vond, mede omdat het onwaarschijnlijk was dat de echtgenoot zich in hun woning zou verstoppen en omdat de uitreis met een authentiek paspoort was gecontroleerd. De medische situatie van de zoon bood geen grond voor verblijfsvergunning omdat het risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro niet aannemelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit gehandhaafd kan worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.