ECLI:NL:RBDHA:2020:14470
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaken over verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gelijksoortige zaak op 9 september 2020, waarbij partijen niet verschenen.
De voorzieningenrechter overwoog dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.15781) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.