ECLI:NL:RBDHA:2020:14487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas uit Colombia
Eiser, van Colombiaanse nationaliteit, vroeg asiel aan met het verhaal dat hij in oktober 2019 na een bezoek aan zijn gevangen vader door leden van de Águilas Negras werd afgeperst, wat hem noopte Colombia te verlaten.
De staatssecretaris achtte de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar verwierp zijn verklaringen over de afpersing als inconsistent en tegenstrijdig. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijzend op tegenstrijdigheden over de locatie en omstandigheden van de geldoverdracht, het aantal bezoeken aan de vader en communicatie met de bende.
De rechtbank benadrukt dat eiser binnen een korte periode van vijf dagen eenduidige verklaringen had moeten geven en dat het ontbreken van ondersteunende documenten en het wissen van telefoonnummers van bendeleden het ongeloofwaardig maken van het relaas versterkt.
Ook acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat de zus van eiser de gevangen vader bezocht, terwijl deze ontkende kinderen te hebben om zijn familie te beschermen.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft verricht en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas.