ECLI:NL:RBDHA:2020:14496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens intrekking bestreden besluit
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling (Plakvovo Dublin).
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Vervolgens trok de verweerder het bestreden besluit in, waarna de rechtbank aan verzoeker vroeg of hij het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening wilde intrekken. Verzoeker reageerde niet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer mogelijk was omdat de rechtbank inmiddels op het beroep had beslist in een andere zaak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A.M. Zwijnenberg op 31 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit is ingetrokken en de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.