ECLI:NL:RBDHA:2020:14531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid mvv-aanvraag wegens te late indiening afgewezen
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging bij zijn minderjarige broer, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvraag werd afgewezen door verweerder op 5 november 2018. Eiser maakte pas op 26 februari 2019 bezwaar, ruim na de termijn van vier weken.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Eiser stelde dat het primaire besluit niet op juiste wijze bekend was gemaakt, omdat het niet rechtstreeks aan hem was gestuurd maar aan Nidos, de voogd van zijn broer. Volgens eiser was Nidos niet zijn gemachtigde en was hij pas op 19 februari 2019 van het besluit op de hoogte gesteld.
De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt op 6 november 2018 door verzending aan Nidos, die als voogd van de referent de wettelijke vertegenwoordiger was. Het feit dat Nidos eiser niet tijdig informeerde, leidt niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Het bezwaar was daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het te laat ingediende bezwaar.