ECLI:NL:RBDHA:2020:14577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning MVV-verblijf aan moeder wegens beschermenswaardig familie- en gezinsleven
Eiseres, een vrouw met ernstige medische beperkingen woonachtig in Syrië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar zoon, de referent, in Nederland te verblijven. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank stelde eerder vast dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, wat een beschermenswaardig familie- en gezinsleven oplevert.
De staatssecretaris had echter de belangenafweging ten nadele van eiseres laten uitvallen, ondanks objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen en de kwetsbare situatie van eiseres. De rechtbank oordeelde dat deze belangenafweging onjuist was, mede omdat verweerder onvoldoende gewicht gaf aan de hoge leeftijd van eiseres, haar hulpbehoevendheid, het feit dat zij weduwe is, en de slechte veiligheidssituatie in Syrië.
Gezien het langdurige tijdsverloop sinds de aanvraag, mede veroorzaakt door de overheid, en de emotionele impact daarvan, besloot de rechtbank zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank draagt de staatssecretaris op om binnen twee weken na verzending van het vonnis de mvv te verlenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen twee weken een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen aan eiseres.