ECLI:NL:RBDHA:2020:14610
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoekster heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 8 september 2020, samen met een vergelijkbare zaak (NL20.11500).
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft het verzoek daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 23 september 2020 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en geen onmiddellijke voorziening noodzakelijk is.